‘De rechtspraak is afhankelijk van initiatieven als Moria’

Natuurlijk moet misdaad bestraft worden, vindt rechter Yvo van Kuijck. ‘Maar het strafrecht gaat over meer dan straf. We moeten investeren in delinquenten. Dat vraagt om persoonlijke betrokkenheid en de aanvaarding van risico’s’.

Het politiek en maatschappelijk klimaat ten aanzien van delinquente jongemannen is er een van ‘keihard aanpakken’ en zelfredzaamheid voor iedereen. Je zou haast denken dat een instelling als Moria een reservaat is, of een wereldvreemd overblijfsel van idealistische religieuzen.

Maar in gesprek met Yvo van Kuijck, vice-president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, blijkt dat ook in de rechterlijke macht kritisch gekeken wordt naar de verharding van het strafrecht en de noodzaak om jonge mensen een nieuwe kans te geven.

‘We moraliseren te snel’, zegt Yvo van Kuijck halverwege ons gesprek. ‘We zijn in de rechtspraak veel te druk met iets “goed” of “slecht” te vinden. Het gaat ook om de vraag wat iemand leert van zijn ervaringen, wat zijn leven en dat van anderen beter maakt. Om zingeving, ja.’

Een rechter die niet alleen wil oordelen. Voor Van Kuijck is dat vanzelfsprekend. ‘Ik zag pas in een Amsterdams museum een 19e eeuws bord met regels voor bezoekers van het Vondelpark’, vertelt hij. Onderaan het bord stond: “Als iedereen zich aan deze regels houdt, heeft iedereen plezier”.’

We hebben politici en bestuurders nodig die hun rug recht houden, niet meegaan in het veiligheidsdenken

Het strafrecht gaat over meer dan straf, wil hij maar zeggen. Het gaat om het zorgen van evenwicht in de samenleving, waarin iedereen rechten en plichten heeft. Ook delinquenten hebben rechten, al vergeet de publieke opinie dat nogal eens. Net zoals delinquenten, merkt Van Kuijck fijntjes op nog wel eens vergeten dat ze ook plichten hebben, ‘al hebben ze de mond vol over respect’.

‘We hebben politici en bestuurders nodig die hun rug recht houden’, zegt Van Kuijck, ‘en niet al te gemakkelijk meegaan met in de samenleving levende onderbuikgevoelens en de roep om nog strengere wetgeving en nog hogere straffen’. Rechters worden soms ‘opgezadeld met ondoordachte incidentenwetgeving die het recht in onbalans brengen’, vindt hij. ‘Dat verhindert de rechter om in individuele gevallen maatwerk te verrichten.’

Van Kuijck ergert zich aan wat hij ‘het veiligheidsdenken’ noemt: de roep om harder te straffen en de bewegingsvrijheid van professionals in rechtspraak en tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen als TBS te beperken. ‘Zelfs in de Tweede Kamer hoor je mensen vragen stellen als “wat kosten die lui?”. Alsof ze vergeten wat de rechtsstaat betekent en dat ook veroordeelden deel uit blijven maken van onze samenleving.’

Dat leidt bijvoorbeeld tot de fixatie op het uitsluiten van risico’s bij proefverlof van terbeschikkinggestelden. ‘Het is goed om te streven naar een gestructureerde verantwoording van het inschatten van risico’s’, zegt Van Kuijck. ‘Maar we schieten door: we protocoleren te veel en halen er zo het persoonlijke element uit.’

Zonder persoonlijke betrokkenheid en professionele ervaring werkt geen enkel systeem

Het persoonlijke element is essentieel, vindt de rechter. ‘Een delinquent is niet alleen deel van een risicogroep, maar ook een individu: iemand met een verhaal, met een eigen motivatie en eigen beperkingen.’ Dat geldt evenzeer voor een rechter of een hulpverlener. ‘Zonder persoonlijke betrokkenheid en professionele ervaring werkt geen enkel systeem, al organiseer je het op papier nog zo goed.’

Yvo van Kuijck is blij met de invoering van het adolescentenstrafrecht, in juni 2014. Daardoor kunnen delinquenten tot 23 jaar nog onder het jeugdrecht vallen. ‘Maar ik maak me zorgen over de gemiddelde kwaliteit van de behandeling van jonge delinquenten’, zegt hij. ‘Het lijkt soms alsof jeugdinrichtingen meer met bewaring dan opvoeding bezig zijn. Soms getuigen rapportages van knip- en plakwerk, van korte “instrumentele” therapieën en risicotaxaties, zonder een diepergaande aandacht voor een levensverhaal en veranderingsprocessen op langere termijn.’

Juist in jonge delinquenten, die nog niet verhard zijn, moeten we investeren, vindt Van Kuijck. ‘Als je hen na het uitzitten van een straf “klinkert”, zo maar op straat zet zonder verdere begeleiding en opvang, is dat een uitnodiging tot recidive. Bovendien schrijven we ze daarmee af en dat kunnen we niet maken, zeker niet als mensen zo jong zijn. En daarbij: als we niks doen, krijgen we daar later een forse rekening voor.’

Kleinschaligheid werkt het beste, al is het organisatorisch kwetsbaar. Er is dus een netwerk nodig

De vice-president van het gerechtshof Arnhem hecht grote waarde aan kleinschalige initiatieven als Moria. ‘Rechters kunnen sancties opleggen, maar de tenuitvoerlegging moeten we aan andere mensen overlaten. Daarbij zijn betrokkenheid en persoonsgerichte begeleiding heel belangrijk. Dat kun je het beste kleinschalig doen, in gemeenschappen als die van Moria.’

Dat het kwetsbaar werk is, beaamt Van Kuijck. ‘Voor de jongens, want gedragsverandering is moeilijk en voor een terugval is vaak niet veel nodig. Zeker als je veel voor je kiezen hebt gekregen in je nog jonge leven. Ook voor de begeleiders is het kwetsbaar, want het vraagt geduld en het mislukt geregeld.’

Moria kan alleen functioneren als het deel is van een groter netwerk, vindt Van Kuijck. ‘Het gaat erom dat we deze jongens weer opnemen in de samenleving’, zegt hij. ‘Dat is een vraag aan de hele samenleving, niet alleen aan politie, justitie, reclassering en instellingen als Moria.’

*

Nota bene: Yvo van Kuijck praat ook mee op de Moria-conferentie ‘Leren balanceren tussen ruimte en regels’.

 

2014-10-01T08:36:31+01:00 17 september, 2014|Blog|0 Reacties

Reageer