‘Het is mooi geweest’

Het einde van een tijdperk. Zo mag je het best noemen, als de eerste werknemer van Moria kort na het twintigjarig jubileum afscheid neemt. In gesprek met Conny Stuart. ‘Het geld is belangrijker geworden. Des te belangrijker is het je eigen norm te stellen.’

Als we elkaar spreken is het twee maanden geleden dat ze afzwaaide. Conny Stuart was begeleider, teamleider en coördinator van Moria. Ze werkte er vanaf het allereerste begin, toen ze in 1994 als pas afgestudeerd pedagoog ging pionieren met frater Henk Wienk.

Goedbeschouwd heeft ze zichzelf wegbezuinigd. ‘We kregen per 1 januari met de transitie van de zorg minder inkomsten en dus moesten er mensen uit’, zegt ze. ‘Het was een goed moment voor mij om de knoop door te hakken.’

Maar het afscheid is nog zo vers, dat het verhaal nog niet rond is, zegt ze aan het begin van ons gesprek. ‘Ik kan op allerlei manieren terugkijken.’

Noem er eens een?

‘Op afstand: Moria is veranderd en ik ook. We begonnen allebei als broekie, nu is Moria een professionele organisatie en ik ben halverwege mijn geschiedenis. Ik ben benieuwd wat ik in de rest van mijn leven nog te bieden heb.’

Dat zeg je mooi. Niet wat het leven jou te bieden heeft, maar wat jij te bieden hebt.

‘Ja, zo is het wel. Ik ervaar dat als een cadeau. Ik ben in twintig jaar gegroeid van “wat ben ik nou helemaal?” naar “ik heb iets te geven”. Dat heeft Moria me geboden: een plek om veel te leren. Daar ben ik heel dankbaar voor.’

Is er nog een manier van terugkijken?

‘Een emotionele manier. Dat is best lastig, want de laatste jaren waren te intensief. Ik voel me nu opgelucht dat ik van de continue druk af ben. Ik ben zo veel bezig geweest met alle geregel en beleidskwesties, en daarnaast met alle beweging in het team. Je moet een bepaalde frisheid hebben om de begeleiders te helpen met de balans tussen betrokkenheid en methodisch werken. Die frisheid had ik niet meer.’

Niet zo vreemd, na al die jaren, en op dit punt in je leven…

‘Dat is een derde manier van terugkijken: vanuit mijn levensverhaal. Onze kinderen worden groter, twee van de vier staan op uitvliegen. Dat geeft een andere dynamiek in ons gezin. En dan komt de vraag op: ga ik dit de rest van mijn leven doen, of wil ik nog iets anders ontdekken?’

André en jij hebben dit samen gedaan. Wat verandert er?

Conny schatert. Dan: ‘We hadden het thuis weinig over ons werk. We hadden daar een goede balans in gevonden, daar ben ik wel trots op. Maar nu vertelt hij nog steeds weinig, terwijl ik nu juist van alles wil weten als hij thuiskomt! Dat is wel goed hoor, ik moet loslaten en afstand nemen. Dat is voor ons allebei het prettigst.’

Hoe heeft Moria zich ontwikkeld?

‘Er is zo veel gebeurd in al die jaren. Grofweg kun je zeggen dat er drie perioden zijn geweest. De eerste is die van het pionieren en ontdekken, van wat Moria is en dat ik staande kon blijven in een werkomgeving. De tweede is die van de groeiende organisatie: meer jongens, meer teamleden, de groei van onze professionaliteit. De derde periode is die van het zoeken naar een balans tussen ziel en zakelijkheid, hart en verstand.

Let wel: ik zie professionaliteit als iets heel positiefs. Ik ben niet van het geklaag over de administratie: we moeten werkplannen maken en kunnen verantwoorden wat we doen. Maar dat moet wel het doel dienen: de begeleiding en het welzijn van de jongens.

De laatste periode is wel het geld steeds belangrijker geworden, door de terugtrekking van de bijdragen van de congregaties en de financiële druk vanuit justitie, AWBZ en gemeente.

Het is verleidelijk om ons te richten op de norm die het Ministerie of een andere geldschieter stelt, maar we moeten onze eigen normen blijven volgen. Wat vinden wij belangrijk? Daar moeten we meer dan ooit scherp op blijven.’

Waar kan Moria in groeien?

‘Nog beter worden in het persoonlijk én professioneel begeleiden. Dat is namelijk geen tegenstelling, het moet allebei: met betrokkenheid én heldere methodes en verslaglegging.’

Zijn er jongens die je je herinnert?

‘Vooral jongens uit de begintijd, de jongens die ik zelf heb begeleid. Wat een dom konijn kon ik toch zijn, en wat hebben we ook veel plezier gehad. Wat ik ook ga doen hierna: ik wil niet meer in een managersrol. Ik wil direct contact met mensen, daar geniet ik het meeste van.’

 

2015-05-20T20:07:16+00:00 20 mei, 2015|Blog|1 Reactie

Eén reactie

  1. Herman Smit 26 juni 2015 om 22:11 - Reageer

    Conny, los van het moederschip, dobberend in je eigen bootje.
    Ik wens je “land in zicht” toe, nieuwe vaste grond, die de moeite waard zal zijn om vol overtuiging te betreden.
    Groet van een oud collega die eerder al het ruime sop koos en een tijdje ronddobberde.

Reageer