‘Vooroordelen verdwijnen. Mensen krijgen daar goede zin van’

Een crisis is een kans om te ondernemen, vindt Alwin Willems. De eigenaar van bouwbedrijf Willems was de eerste ‘gast aan tafel’, een nieuw initiatief van Moria om de bewoners kennis te laten maken met deskundigen van buiten de muren van de gevangenis. ‘De jongens keken ervan op dat ik dyslectisch ben en vroeger als “dom” werd weggezet.’

‘Gast aan tafel’ heeft iets van een gastcollege, maar dan laagdrempelig. De gast eet mee, vertelt over zijn of haar werk en visie, en mag na het eten de oren van het hoofd worden gevraagd. En dat laatste gebeurde gretig toen Alwin Willems eerder dit jaar het spits afbeet. Ook het bezoek van de tweede gast, een intensive care-arts, is een succes geworden.

‘Dat ik vroeger op het speciaal onderwijs werd gezet en nu een bedrijf run, dat vonden ze boeiend’, vertelt Willems. ‘Mijn boodschap aan de jongens is dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun leven. Het is niet erg als niet alles wat je onderneemt ook lukt. Iedereen heeft wel wat.’

Crisis

De crisis raakt ook de bouwwereld, al bleven de gevolgen voor bouwbedrijf Willems tot nu toe beperkt. ‘Een crisis helpt je om goed na te denken over wat je doet’, vertelde de eigenaar aan de bewoners van Moria. ‘Ik kreeg meer tijd en ben meubels gaan ontwerpen en maken. Daar heb ik inmiddels een apart bedrijf voor opgericht. Daarnaast leidde ervaringen met Twitter ertoe dat ik nu voor dertig MKB-ers aan het twitteren ben.’

Alwin Willems is een goede bekende van Stichting Moria, en maakt inmiddels ook deel uit van de Raad van Advies. ‘Ik kom er graag’, vertelt hij in zijn ruime kantoor, opgesierd met schilderijen van zijn vrouw Laurien Renckens. ‘Onbewust voel je dat het klopt, wat zij doen’.

Kansen

‘We kunnen schelden op criminele jongeren en we kunnen ze straf geven, en dat moet ook, maar het echte probleem is recidive’, vindt hij. ‘Het aantal jongens dat terugvalt in de criminaliteit is schrikbarend hoog. Als mijn bedrijf zulke slechte resultaten haalde als ons strafrecht, dan was ik al lang failliet.’

Het bouwbedrijf heeft al jaren jongens van Moria in dienst, voor een kortere of langere tijd. Daarnaast bracht Willems ook andere bedrijven aan die bewoners een kans willen geven op werk en een opleiding. Want: ‘Als wij ons als samenleving niet openstellen voor deze jongens, dan hebben ze weinig keus. Dan verandert er niks.’

Willems is enthousiast over de samenwerking met Moria en het effect dat het heeft op zijn andere personeelsleden. ‘Als je met deze jongens werkt blijken het gewone jongens die pech hebben gehad of domme keuzes hebben gemaakt’, vertelt hij. ‘Het is leuk om vooroordelen te zien verdwijnen. Mensen krijgen daar goede zin van.’

Vertrouwen

Toch zijn er wel verschillen. ‘In het begin zijn ze vaak wantrouwend. Ze vertrouwen eigenlijk niemand. Wij zijn duidelijk in wat we van ze vragen, maar ook hartelijk. Ze kunnen altijd bij me terecht.’

Daarnaast zijn Moria-bewoners ook vaak wat passiever dan gemiddelde jongemannen. Ze zijn gewend dat er van alles voor ze geregeld wordt. ‘In het begin trapte ik er nog wel eens in’, zegt Willems. ‘Dan kwam er een op het werk zonder fiets, en dan ging ik hem wegbrengen. Dat doe ik niet meer. Nu zeg ik: ga maar lopen dan.’

Precies dat werd het gespreksonderwerp met de eerste gast aan tafel. ‘Je moet zelf werk maken van wat je graag wilt. Er zijn altijd mensen die je willen helpen, maar je krijgt niks in de schoot geworpen.’

2017-06-23T11:38:59+01:00 27 oktober, 2011|Verhalen van Moria|0 Reacties

Reageer