Tussenstand: leren omgaan met wat (en wie) niet lukt

En, wat levert het nou op, zo’n journalistiek onderzoek naar de vruchten van twintig jaar Moria? Een eerste conclusie en een overzicht van dit blog tot nu toe.

Welke organisatie viert feest en gaat daarvoor publiekelijk met de billen bloot? Moria durft dat. Bij aanvang van dit blog vond ik het wel stoer. Met nog een week of vijf tot de conferentie en het feest, blijkt het veelzeggend.

door Arjan Broers

door Arjan Broers

De begeleiding van jonge (ex-)delinquenten blijkt namelijk alles te maken te hebben met hoe je omgaat met wat niet lukt, wat niet deugt, wat zeer doet. Eigenlijk zoals de aanpak van criminelen voor de maatschappij ook gaat over de vraag hoe we omgaan met wie niet lukt, wie niet deugt, wie zeer doet (tenzij je denkt dat ‘keihard aanpakken’ volstaat).

Hoe dat te doen lijkt eenvoudig – stel duidelijke regels, heb uitnodigende aandacht en zie frustratie als iets wat er bij hoort – maar is het niet. Dat heeft te maken met misverstanden over de doelgroep, met een systeem dat kleinschaligheid en maatwerk bemoeilijkt, en met de verlegenheid om ervaringen van vuur én verlies een plaats te geven in het dagelijkse samenwerken.

De komende weken wil ik dat verder onderzoeken. Op een bijzondere manier is het verhaal van Moria dat van velen. Het laat ook iets zien van waar onze samenleving in kan groeien.

In deze bijdrage vat ik de aanloop en de artikelen tot nu toe samen: voor de haastige lezer, of om de weg te vinden.

Aanloop: Moria raakt een snaar, door kleinschalig en vanuit vertrouwen te werken

Stichting Moria is een kleine club, maar heeft een groot verhaal. Geen lang verhaal, wel groot. De ambitie is namelijk om een plaats te zijn waar wordt gezien, want dat is de letterlijke betekenis van de naam van de Bijbelse berg Moria.

Vijf jaar geleden, bij de viering van de vijftiende verjaardag, viel me op hoe mensen uit de sector naar Moria keken. Met warmte, maar ook met een zekere jaloezie.

Dat had een praktische en een inhoudelijke kant. Praktisch omdat Moria als kleine organisatie, financieel gesteund door religieuzen en anderen, met veel meer vrijheid kon werken dan collega’s in het penitentiair, maatschappelijk en reclasseringswerk. Inhoudelijk omdat Moria de ruimte neemt om naar de dieptedimensie van bewoners te kijken: niet naar op te lossen problemen, maar naar verlangens die tot ontwikkeling willen komen.

Kort gezegd: mensen voelen aan dat Moria tot de kern komt, door kleinschalig en vanuit vertrouwen te werken. Raar eigenlijk dat zo veel sociaal werk juist grootschalig en vanuit beheersing en controle wordt vormgegeven.

De mensen van Moria zijn de eersten om te zeggen dat de werkelijkheid weerbarstig is: dat het systeem ook veeleisend is voor Moria en er ook veel mis gaat. Het motto is niet voor niets werken aan vrijheid.

Gesprekken en opbrengsten: het is geen succesverhaal. En toch…

De aftrap was met André Stuart, directeur van Moria. Hij zet het verhaal meteen op scherp, door te zeggen hoe kwetsbaar het is: het werk met deze doelgroep, maar ook zijn kleine organisatie, die soms verpletterd dreigt te raken door alle eisen die het systeem stelt.
Lees dit verhaal

In gesprek met het team viel me op hoezeer ze allemaal doordrongen zijn van het belang van Moria en de kern van dit werk. Maar ik zag ook hoe die ziel van Moria nauwelijks samen besproken of verwoord wordt, en hoe teamleden vooral zorg hebben voor bewoners, weinig voor zichzelf en elkaar. Bezieling is vooral een individuele verantwoordelijkheid.
Lees dit verhaal

Dit onderzoek gaat dus over het systeem van de zorg, de kwaliteit van de zorg, en de omgang met de onvermijdelijke tegenslag, hoe goed je systeem en je professionals ook zijn.

Met André Stuart sprak ik ook over de kwestie recidive. Hij legt uit dat het meetbaar maken van recidive een heel eigen werkelijkheid creëert. En bovendien: wat is mislukking? Een jongen die nog eens in de fout gaat en daarna definitief een andere weg kiest, is statistisch mislukt. Een jongen die werkloos blowend op de bank zit, is geslaagd.
Lees dit verhaal

De religieuzen die Moria stichtten zeiden: ‘Elke dag dat een jongen hier woont, is winst’. Dat klinkt naïef, maar het zou wel eens een zinnige combinatie kunnen zijn van actief én passief zijn, van inzet én relativering: je doet je best, maar het hangt niet van jou af of het ‘lukt’.

Van inkoper Angélique Gillis van het Zorgkantoor leerde ik dat ook mensen die in ‘het systeem’ werken er de nadelen van zien. En hoe belangrijk het voor Moria is om goede banden te hebben met mensen als Gillis. Eigenlijk is Moria te klein: het zorgsysteem is ingericht op grote organisaties. Tegelijk wordt die kleinschaligheid, het huiselijke en het persoonlijke juist geroemd.
Lees dit verhaal

Moria levert maatwerk, waar andere zorgorganisaties dat enkel beloven. Moria werkte al lang vanuit ‘zelfredzaamheid’ en wordt zeer gewaardeerd.

Van Sjef van Gennip, de baas van Reclassering Nederland, leerde ik dat ook zijn organisatie moet knokken. Er moeten meer delinquenten begeleid worden en daar wordt niet in geïnvesteerd. De gevolgen daarvan, zowel voor de (ex-)delinquenten als de samenleving, laten zich raden.
Lees dit verhaal

De zorg voor (ex-)delinquenten staat in heel Nederland onder druk en is bovendien vooral gericht op wat ze niet moeten doen. Wat ze wel te doen hebben, valt buiten de opdracht.

Yvo van Kuijck, vice-president van het gerechtshof in Arnhem, bevestigde dat de zorg voor delinquenten is uitgekleed. De rechtspraak is zelfs afhankelijk van organisaties als Moria, aldus Van Kuijck. Zonde, want niets doen is in feite ‘een uitnodiging tot recidive’. Ik leerde ook dat rechters zich zorgen maken over ‘ondoordachte incidentenwetgeving die het recht in onbalans brengen’.
Lees dit verhaal

De menselijke maat en zorg voor deze groep: hulpverleners, verzekeraars, reclassering én rechters pleiten ervoor. Maar als men hecht aan de kleinschaligheid en het maatwerk van een instelling als Moria, waarom worden zulke kleintjes dan niet wat beter beschermd?

Cees Grimbergen presenteert de conferentie op 13 november. Hij vindt dit werk ontzettend belangrijk, en tegelijk is het een gelukje als je echt iets in een ander kunt kantelen. Wat dat betreft is zijn insteek verwant aan die van de religieuzen vroeger.
Lees dit verhaal

Dit wordt ondersteund door het verhaal van ‘Phoenix’. Hij had alles nodig om uit zijn as te herrijzen: mazzel, familie, afstand van zijn oude leven, de plek Moria en de begeleiding, mensen op zijn werk die hem kansen gaven en zijn eigen inzet. En dan nog duurde het bijna twee jaar om zo ver te komen.
Lees dit verhaal

Psychotherapeute Helmi Wilbers leerde me dat het ‘zien van de ander’ bij Moria niet zo lieflijk is als het klinkt. Deze jongens uiten zichzelf vaak via conflicten en negativiteit, daarom mijden ‘gewone mensen’ hen vaak. Een persoonlijk begeleider bij Moria moet blijven staan in het conflict, liefdevol maar stevig grenzen aangeven. ‘En dat kun je niet alleen’, zegt Wilbers. ‘Nooit.’
Lees dit verhaal

Moria wekt hoop en vertrouwen: dat je de moeite waard bent en dat je een plek kunt vinden in deze samenleving: voor veel jongens zijn dat nieuwe ervaringen. Die leren ze echter niet van engelachtige of afstandelijke professionals, maar van mensen die hen willen ontmoeten op hun duistere momenten.

Juist het vallen en opstaan horen erbij, vertelde teamcoördinator Jan Wassink. De structuur van Moria biedt een welkom, een programma, duidelijke grenzen en de mogelijkheden tot maatwerk.
Lees dit verhaal

Van frater Marist Jacques Scholte leerde ik hoe simpel de keuze voor stilte en aandacht is, en hoe moeilijk blijkbaar echt kiezen is. Onze professionele cultuur wil problemen oplossen – in plaats van iemand op pad te durven sturen met een open vraag, een levensvraag. Juist daarin kan Moria groeien.
Lees dit verhaal

Wordt vervolgd…

Zin om mee te denken? Graag! Reageer hieronder of stuur een e-mail naar de redacteur.

2017-06-23T11:38:59+01:00 07 oktober, 2014|Blog|0 Reacties

Reageer