‘We zijn totaal doorgeslagen in de regelgeving’

Dat een jongen zelf gaat denken: ‘Zou het toch kunnen?’ Dat is zingeving, vindt zorginkoper Angélique Gillis van het Zorgkantoor. Daar is Moria voor, en Moria loopt voorop.

Als ze niet bij Moria terecht konden, zouden de meeste bewoners van Moria op straat leven. Daar is Angélique Gillis van overtuigd. ‘Het is schrikbarend hoeveel jonge mensen op straat leven. Verstoten door iedereen, bijna ongrijpbaar, met een scala aan problemen.’

Gillis kent de GGZ (Geestelijke GezondheidsZorg) van binnenuit: ze werkte in haar loopbaan onder andere als GGZ-verpleegkundige voor ze zorginkoper werd van het Zorgkantoor, in deze regio verzorgd door coöperatie VGZ. Gillis is verantwoordelijk voor de inkoop van bedden en begeleiding – in jargon: ‘intramurale capaciteit en ambulante zorgproducten’ – voor mensen in de regio Nijmegen en Noord- en Midden-Limburg, die aanspraak maken op de AWBZ.

Moria doet wat veel organisaties beloven: maatwerk leveren

Verreweg de meeste jonge mensen die in detentie terechtkomen hebben GGZ-problemen. Het lag dan ook voor de hand om, toen de religieuzen hun financiering afbouwden, aanspraak te maken op AWBZ-gelden, bedoeld voor langdurige zorg. Zoals directeur André Stuart eerder uitlegde, brengt dat echter veel organisatiedruk mee. Zonder goodwill van iemand als Gillis zou dat nog lastiger zijn, zei een staflid in de wandelgangen.

Gillis doet zaken met 24 grote en kleine aanbieders. Kenmerkend aan Moria vindt ze dat het niet als een behandelcentrum aanvoelt, maar als een veilige haven. ‘Ik kom hier graag’, zegt ze. ‘Het is er mooi, er hangt een fijne sfeer, er werken bevlogen mensen. En omdat Moria zo klein is kunnen ze doen wat veel organisaties beloven maar niet waar kunnen maken: maatwerk leveren, een op de persoon toegespitst aanbod doen.’

De geestelijke gezondheidszorg is niet hot of hip, zegt Gillis. ‘Het maatschappelijk draagvlak ervoor lijkt af te nemen. Als er iets misgaat, wordt het in de pers breed uitgemeten. Er zijn allerlei misverstanden: dat mensen met psychische of psychiatrische aandoeningen maar “normaal” moeten doen, bijvoorbeeld. Dat ze opgesloten moeten worden of dat ze onvoorspelbaar zijn.’

Duur? Een jongen die terugvalt is veel duurder

Allemaal fout, vindt Gillis. ‘De meeste mensen die GGZ nodig hebben kunnen behandeld worden of medicijnen krijgen, en daardoor leren leven met hun aandoening. Dat kost geld, maar als iemand op straat terechtkomt of crimineel wordt, kost dat een veelvoud. We moeten breder naar deze zorg kijken: ook kosten van politie, justitie, maatschappelijk werk en schade van mensen en instellingen tellen mee.’

Gillis erkent de klacht van Moria-directeur André Stuart dat de regeldruk te veel energie vraagt. ‘We zijn totaal doorgeslagen in de regelgeving’, zegt ze. ‘Uit hang naar controle, uit wantrouwen en omdat we geen risico verdragen.’

Een kleine organisatie als Moria kan niets anders doen dan aangeven hoe zij werken en welke regelgeving te belastend is. Gillis zou willen dat ze meer kon sturen op vertrouwen en gebleken best practices. ‘Moria kan niet veel. Maar met de zorgverzekeraars zijn we in gesprek met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. We willen tegen de lijntjes van de wet aankleuren. Meer ons boerenverstand gebruiken.’

Niet zorgen voor, maar zorgen dat: Moria deed dat al lang

Boerenverstand, dat is onder meer: zorgen dat je elkaar kent. ‘Dit is mensenwerk bij uitstek’, zegt Gillis, ‘en Moria is een rechtvaardige aanbieder. Ik bedoel daarmee: ze kunnen hun aanpak en resultaten rechtvaardigen.’

Volgens Gillis doet Moria al lang wat nu in alle transities wordt bepleit: ‘Niet zorgen voor, maar zorgen dat. Mensen serieus nemen in wie ze zijn en wat ze zelf kunnen. Ze begeleiden om zelf zin te vinden in hun leven. Dat is vernieuwend.’

Dat het ook geregeld fout gaat, vindt Gillis logisch. ‘Het gaat om jonge mensen bij wie vaak al vroeg veel mis is gegaan. Daarom is het zo belangrijk om goede jeugdzorg te hebben, want dat krijg je later terug. Sommige mensen zijn ze te zwaar beschadigd. Daar kun je Moria niet op afrekenen.’

Zingeving, jonge mensen zin laten zien in hun bestaan, dat krijg je niet in een protocol of uit een pil, vindt Gillis. ‘Het staat of valt bij mensen die bereid zijn in je te geloven.’

Dat geldt ook voor Moria zelf, zegt Angélique Gillis. ‘Het is belangrijk dat mensen in het zorgsysteem in Moria geloven, maar zeker ook daarbuiten: gemeente, verzekeraar en in feite de rest van de maatschappij. Ik draag vanuit mijn rol als inkoper uit hoe belangrijk Moria is voor deze kwetsbare doelgroep.’

 

2014-09-06T18:11:16+02:00 05 september, 2014|Blog|2 Comments

2 Reacties

  1. Conny Stuart 6 september 2014 om 09:11 - Reageer

    Mooi gezegd, Angélique.
    In de samenwerking met jou – we hebben elkaar een aantal keer ontmoet – heb ik mogen ervaren dat het gedachtengoed van Moria een echo kan krijgen. Jij bent voor mij een vertegenwoordiger van ‘de systemen waarmee we nu eenmaal te maken hebben, graag of niet’.
    Ik ontdekte dat de menselijke maat van de ontmoeting en aandacht voor het verhaal van de mensen die het nodig hebben, in gesprek met jou steeds belangrijker waren dan de protocollen, criteria en regeltjes. Dat, waar de situatie lastig was, jij meedacht en hielp wegen zoeken om toch te kunnen doen wat we met elkaar belangrijk vinden. “Zo kan het ook”, heb ik door jou mogen ontdekken. Dank!

    Conny Stuart
    Coordinator Begeleiding Moria

  2. […] Dat een jongen zelf gaat denken: ‘Zou het toch kunnen?’ Dat is zingeving, vindt zorginkoper Angélique Gillis van het Zorgkantoor. Daar is Moria voor, en Moria loopt voorop. Als ze … ("Dat een jongen zelf gaat denken: ‘Zou het toch kunnen?  […]

Reageer